Het weeshuis

Het eigenlijke project behelst de bouw van een weeshuis voor zo’n 20 kinderen (tien jongens, tien meisjes), variĆ«rend in de leeftijd van 0 tot 10 jaar. De kinderen zullen geselecteerd worden door de Board of Trustees, in nauw overleg met de lokale bevolking. De jongste kinderen worden gedurende de dag beziggehouden door een kleuterjuf in het weeshuis zelf , de oudere kinderen gaan naar een school in de buurt.
Het te bouwen weeshuis bestaat uit een hoofdgebouw, twee aparte slaapzalen (een voor jongens en een voor meisjes) en een aparte keuken. Daarnaast is het de bedoeling op het terrein ook een kleine stal voor een of twee koeien te bouwen, alsook een aparte kippenren. De kinderen worden betrokken bij de verzorging van de beesten en de opbrengst wordt in het tehuis geconsumeerd.

Betrokkenheid van de bevolking

De lokale bevolking zal steeds zoveel mogelijk betrokken worden bij de activiteiten in en rondom het weeshuis en zal ook bijdragen aan de totstandkoming ervan. Buurtbewoners stellen in eerste instantie lokale materialen (stenen, boomstammetjes )ter beschikking, alsmede arbeid. Het Wapendwa Children’s home moet uiteindelijk gezamenlijk door donoren en bevolking tot stand worden gebracht.
Ook het personeel dat nodig is voor de running van het weeshuis zal zoveel mogelijk lokaal worden gerekruteerd en bestaan uit: een directeur/matron, kleuterleidster, een kok, een werkster en een bewaker/tuinman.

De locatie

Ilesi is een klein dorp in Kakamega District, in West-Kenia, dat geldt als een van de dichtstbevolkte gebieden in Kenia, met een hoog geboorteoverschot en snelle bevolkingsgroei. De mensen die hier wonen behoren tot de Luhya stam, de tweede grootste stam van Kenia. In het specifieke gebied waar het weeshuis gebouwd zal worden (Ilesie locatie, met ongeveer 17.000 inwoners) leven voornamelijk kleinschalige boeren, die er maar net in slagen in hun eigen levensonderhoud te voorzien.

Het merendeel van de mensen is hiervoor aangewezen op een klein stuk land, waarop op bescheiden schaal voedselgewassen voor eigen gebruik worden geteeld, zoals mais, bonen en bananen. Een klein deel van de oogst, of een koe of kippen, wordt verkocht om een inkomen te genereren om schoolgeld voor de kinderen of de dokter te kunnen betalen. Maar al met al stellen deze inkomsten weinig voor, wat betekent dat de locale gemeenschap niet in staat is om voor het snel groeiende aantal aids-wezen te zorgen